27-02-17

Minor Tweede Wereldoorlog 2016-2017 / 2017-2018

De Minor Tweede Wereldoorlog educatie studiejaar 2016-2017 is inmiddels afgesloten. De deelnemers hebben een fantastisch half jaar onderwijs genoten. Hier de link naar de evaluatie. Onderstaande een voorbeeld van de leerervaringen.

Mijn beeld van de Tweede Wereldoorlog is heel erg gegroeid, het gaat niet meer alleen over de slachtoffers, ik kan nu verhalen bekijken met 3 kanten, de kant van de slachtoffers, omstanders en daders. Ook kijk ik nu met een kritischere blik naar bepaalde dingen van de Tweede Wereldoorlog.  Mijn kennis is nu ook vooral inhoudelijke kennis, het gaat niet meer alleen over de grote lijnen mijn kennis. Maar het gaat over allerlei zaken zoals: het Nederlands verzet, het Koningshuis, de Holocaust etc. Ik kan nu veel meer informatie geven aan anderen over de Tweede Wereldoorlog. En vooral ook kennis door wat ik allemaal heb gezien en geleerd van de gidsen op de locaties die we bezochten tijdens de excursies. Mijn verwachtingen en leerwensen zijn aan bod gekomen tijdens de Minor. Ik heb namelijk veel meer inhoudelijk kennis opgedaan van de WO2. Ook heb ik door de concentratiekampen te bezoeken, meer een beeld gekregen van hoe het vreselijke leven daar is geweest. Vooral in Buchenwald heb ik veel indrukken op gedaan. Ik heb geleerd dat ik niet meteen mijn mening maar iets over moet vinden, maar eerst is verder kijken dan je neus lang is. Een verhaal heeft meerdere kanten, je moet het van meerdere perspectieven bekijken, pas dan kan je een eerlijke mening vormen. Ook heb ik geleerd hoe je met een kritische blik moet kijken, ook dat probeer ik over te brengen op anderen. Als mens ben ik veel meer gaan waarderen hoe goed we het wel niet hebben in Nederland. Toen ik met de excursiereis in Duitsland was en daar de kampen zag, toen besefte ik pas echt dat wij het ontzettend goed hebben in dit leven hier in Nederland en wanneer ik wil klagen zet ik de negatieve gedachtes om in positieve gedachten!

Maandag 4 en dinsdag 5 september as. start het eerstvolgende  Minor Tweede Wereldoorlog programma. 

HU studenten kunnen inschrijven vanaf 9 maart as. 

Studenten van buiten de HU kunnen inschrijven vanaf 3 april as. via Kies Op Maat

Meer weten? Download de folder, mail via of Bezoek de Minormarkt op 9 maart as. van 13.30 – 16.00 uur in Sportcentrum Olympos Uppsalalaan 3 Utrecht. Het moment waarop je je vragen kunt stellen en je verder kunt laten informeren. 

Wim Borghuis.

23-01-17

Veteranendag - januari 2017



Bij Veteranendag moet ik denken aan de Nederlandse missies in voormalig-Joegoslavië, Irak en Afghanistan. Nou ja, het beeld dat geschetst wordt door de media… Van vrienden weet ik alleen wanneer ze zijn (of binnenkort worden) uitgezonden en waarheen, maar echte details hoorde ik nooit. Dat is ook wel begrijpelijk, want het is ook echt een wereld van verschil tussen mij als ‘burger’ en een militair op missie. Hopelijk hoor ik van de ‘veteranen in de klas’ meer over die andere wereld.
Die wens is uitgekomen! Peter (Irak en 2x Afghanistan) en Jürgen (Bosnië) hebben zoveel interessante zaken verteld over: i) de oefening vooraf waarbij geleerd wordt om in primitieve omstandigheden voor jezelf te zorgen, niet over onverharde wegen te lopen i.v.m. mijnen en om altijd je wapen bij je te hebben (en de uitdaging om deze gewoonten weer af te leren); ii) het feit dat training erg belangrijk is in het heetst van de strijd, zodat je weet wat je wel/niet moet doen; iii) de algehele staat van alertheid/waakzaamheid en het feit dat ‘heel veel dagen mooie dagen zijn, maar dat weet je niet van te voren, dus er is altijd druk’; iv) het dagelijks leven en hoe omslachtig de voor ons simpele dingen moeten gebeuren, zoals naar huis bellen; v) de standaard uitrusting (helm, 15kg zware ‘bodywarmer’, vest met eerste levensbehoeften) die gedragen moet worden onder alle omstandigheden en met een wapen binnen handbereik; vi) het werken met de lokale bevolking, hun gewoonten en het winnen van wederzijds vertrouwen; vii) de strijd met de media qua snelheid en berichtgeving (sensatielust versus waarheid) en viii) hoe belangrijk geschiedenis is, zodat je kunt leren van het verleden en we met z’n allen een oorlog zouden kunnen voorkomen. Aangezien het ontbreken van respect voor elkaar, de start is van een oorlog, zet Jürgen ons aan de volgende kwaliteiten in te zetten in het kader ‘verbeter de wereld, begin bij jezelf’:

  •  Vriendelijk
  •  Verdraagzaam (t.o.v. andersdenkenden; ‘hard op de inhoud, zacht op de persoon/het proces’)
  •  Vrolijk/Humor
  •  Vergevingsgezind
  • Verzoenend
  • Verbindend (‘diversiteit maakt het leven mooi’)
  • Vastberaden

Heel veel kleine daden samen, kunnen iets groots worden.
Terugdenkend aan de twee colleges, heb ik alleen maar meer respect gekregen voor militairen en is me nog duidelijker geworden dat oefening cruciaal is. Het baart me alleen zorgen of onze militairen wel genoeg kunnen oefenen met het goede materieel. Het nieuws van 1 augustus 2015 dat militairen tijdens trainingen het geluid van het schieten moeten imiteren met ‘pang pang’, is in mijn geheugen gegrift… 

Annemiek Schramade

19-01-17

Buchenwald ('16-'17)


Zoals te verwachten, ligt het voormalig kampterrein op een berg. We reden met de bus door de mist naar boven en onderweg zagen we daardoor niet veel, op de bomen langs de weg na. Pas gedurende de daarop volgende dagen trok de mist steeds meer op en liet het kamp zich steeds meer aan ons zien.Tijdens die busrit trilde de bus een deel van de weg naar boven. Later bleek dat het deel van de door gevangenen aangelegde bloedweg dat bewust niet is geasfalteerd.In een voormalige SS-kazerne bevonden zich onze slaapkamers en een ‘vergader’-zaal waar we begonnen met een kennismaking met en een introductie door onze gids, Daniel. Twee van zijn collega’s uit Cambodja sloten aan bij onze groep. Daniel begon een korte inleiding, waarin hij duidelijk maakte dat het een kamp was met veel verschillende invalshoeken/verhalen/ achtergronden/labels van gevangenen. Deze verschillende labels hadden een andere behandeling, andere omstandigheden en dus een andere kans op overleven tot gevolg.Vervolgens mochten we uit een grote hoeveelheid afbeeldingen (ja, hij wel!), een afbeelding kiezen waarover we iets wilden vertellen of juist vragen. Ik had gekozen voor de afbeelding van Buchenwald vlak na de bevrijding waarbij de lokale bevolking wordt begeleid bij het bezoeken van het kamp. Daniel gaf aan dat deze ‘first guided tours’ helaas geen reflectie bij de bevolking tot gevolg had, maar vooral afschuw dat ze ernaar moesten kijken. Over Ilse Koch leren we dat ze geen moordenaar is, maar een langere straf heeft gekregen dan mannelijke moordenaars van het regime, doordat ze tot de verbeelding spreekt en er vele verhalen over haar te ronde doen. N.a.v. de afbeelding over de poort met Jedem das seine (Ieder het zijne/ ieder krijgt wat hij verdient), vertelt Daniel dat deze uitspraak cynisch bedoeld was voor de gevangen. De uitspraak is echter geen Duitse uitvinding, maar een Romeinse wet (suum cuique). Het gebruikte lettertype zou een teken van verzet zijn, omdat het een lettertype is van de moderne school, een tegenstander van de Nazi’s. Helaas wisten de meeste slachtoffers niet van dit verzet… Na het rondje met alle afbeeldingen en bijbehorende verhalen/toelichtingen, kreeg ik al een beter beeld van de bewoners en de verschillende omstandigheden waarin ze leefden dan in de 2 dagen in Bergen Belsen en dan waren we het kampterrein nog niet eens op gegaan! Het bezoek aan het terrein rondom het kamp stond vervolgens op het programma. We gingen door de mist naar de ingang van het kamp. We konden nauwelijks iets zien door het hek… We bezochten de bunkercellen naast de ingang, waar mannen (er zaten alleen mannen in dit kamp, de vrouwen zaten in andere, satellietkampen) in het donker opgesloten zaten, op water en brood en zonder de mogelijkheid om te zitten of liggen, meestal totdat de dood erop volgde. Kijkend in de cellen, zie je hoe de ruimte eruit ziet en wordt er beschreven hoe lang een slachtoffer het heeft volgehouden. Iemand zelfs 12 weken! Daarnaast waren ook andere martelingen gebruikelijk. Als de mensen buiten op appèl stonden konden ze de geluiden (of preken van een opgesloten dominee) horen. Vervolgens gingen we via de dierentuin voor de SS-ers en hun familieleden, enkel door een weg/pad gescheiden van het kamp, naar één van de oorspronkelijk 22 wachttorens. Deze 22 wachttorens stonden naast het hek van 5km lang om het kamp heen. Nu zijn er nog twee torens over. Voordat we naar binnen mochten om de toren te beklimmen schotelde Daniel ons een dilemma voor. Zij begeleiden vanuit de memorial ook één-op-één neo-nazi’s en de vraag was of wij een neo-nazi ook mee naar boven zouden nemen… De meningen waren duidelijk verdeeld: zijzelf doen het niet, omdat neo-nazi’s op die manier kunnen neerkijken op de plek waar hun ‘slachtoffers’ hebben rondgelopen; anderen vonden dat je het juist wel moet doen, omdat je ze anders niet serieus neemt (jij mag niet naar boven, want dat kun jij niet aan o.i.d.). Daniel zou ons gedurende ons bezoek nog vaker dilemma’s voorleggen, waardoor hij ons de zes fasen van de herziende taxonomie van Bloom (Krathwohl, 2002) laat doorlopen en ons in staat stelt om i) historisch te denken en te redeneren, ii) door de tijd heen te kunnen kijken en iii) ons in te leven in verschillende situaties vroeger en nu. Het gevolg is dat ik word geraakt door de gebeurtenissen die belangrijk zijn en niet mijn hersenen ga kraken over hoe het beter georganiseerd zou kunnen worden om bezoekers die situatie van hogere orde denken te laten bereiken. Natuurlijk doet ook Daniel uitspraken waar mijn tenen van gaan krommen (voor de insiders: uitspraken over toestemming vragen aan de geesten o.a.), maar dat zijn er erg weinig en door het grote krediet dat hij opbouwt kan ik ze ook beter naast mij neerleggen. Mijn momenten van woede op dergelijk vlak heb ik duidelijk al in Bergen Belsen gehad… Via het tankstation lopen we naar het station, waar het door de mist lijkt alsof de rails oneindig doorlopen, aangezien we het eindpunt niet zien[1]. Dat lijkt ook symbolisch voor hoe de gevangenen die daar aankwamen hun toekomst hebben moeten gezien: onduidelijk. Vervolgens lopen we verder over het terrein langs:

  • de plek waar gijzelaars hebben gezeten (zoals de Italiaanse prinses die daar is omgekomen bij een bombardement);
  • de plek waar de huizen van de hoge SS-ers (en hun gezinnen) hebben gestaan;
  • het Falkhof om gasten te ontvangen t.b.v. de Public Relations;
  • een ash pit, een op natuurlijke wijze ontstane put waar de as uit de crematoria in werd gegooid;
  • de steengroeve, waar de zwaarste fysieke arbeid moest worden geleverd. Op de plek zelf was het erg mistig en al donker aan het worden, waardoor we niet veel hebben kunnen zien, maar de verhalen waren indrukwekkend bizar. Zo kregen eenheden ’s ochtends nummers mee van de gevangenen die niet terug mochten te komen. Vervolgens werden mensen bijvoorbeeld ‘op de vlucht’ neergeschoten. Dat werd dan vermeld als doodsoorzaak, maar in werkelijkheid was een gevangene dan meestal neergeschoten, omdat hij zijn door een bewaker weggegooide pet ging pakken, welke staatsbezit was. Dit is één van de  voorbeelden die door Daniel aangehaald werd om aan te geven dat wat door de SS genoteerd is niet overeen hoeft te komen met de waarheid. De Duitse Gründlichkeit leidt dus niet altijd tot de waarheid;
  • de fundamenten/de kelders van de gevangenis van SS-mensen zelf.
Via de tweede wachttoren liepen we tenslotte in het donker het daadwerkelijke kampterrein op om in de voormalige kantine van de gevangenen (hier mochten ze hun door familie toegestuurde geld besteden) de gedenkruimte en een maquette van het kampterrein te bekijken. Op die manier kregen we een beeld van de route die we die middag hadden afgelegd. Tenslotte liepen we via de hondenhokken (per hond werd een aanzienlijk hoger bedrag per week uitgegeven dan per gevangene) terug naar onze slaapplekken in de voormalige SS-kazerne en werd een indrukwekkende dag afgesloten.

De tweede dag begon met een film in een heuse bioscoop op het terrein. Eerlijk gezegd kan ik me van de film niet heel veel herinneren, behalve dan het interieur van de bioscoop zelf en mijn knikkebollende medestudenten. Vervolgens gingen we in de kou door het beroemde hek het daadwerkelijke kampterrein op. Op de appèlplaats wijst Daniel ons op de klinkers tussen het grind, die als markers dienden om te tonen waar mensen moesten staan. Vervolgens gaan we een aantal gedenkplaatsen af:
  • de algemene gedenkplaats voor alle slachtoffers: erg indrukwekkend door de eenvoud van een stalen plaat met de nationaliteiten van de slachtoffers. Deze plaat is verwarmd, waardoor het altijd zichtbaar is en het warmte uitstraalt naar de slachtoffers. Het was goed onderhouden en had mooie verse bloemen;
  • de gedenkplaats voor de 10.000 Joden die na de Kristallnacht werden opgesloten in het kamp. Daniel maakte ons nog eens duidelijk dat wat er (op een gedenksteen) geschreven staat niet altijd letterlijk moet worden opgevat. In dit geval waren er onder deze 10.000 mensen ook mensen die als Joods werden aangemerkt, maar zich zo niet voelden of het niet waren;
  • de gedenkplaats voor de Russische krijgsgevangenen, waarop duidelijk wordt gemaakt dat het internationale recht niet op hen van toepassing (b)leek. Ze stierven door het zwaarste werk en de extreem slechte omstandigheden. En n.a.v. onze presentatie weten we dat degenen die het wel overleefden in hun thuisland naar de Gulags moesten, omdat ze in oorlogstijd voor de Duitsers hebben ‘gewerkt’. Zo wordt je dus dubbel genaaid! Dit verklaart ook het verhaal dat het kamp door de Russische gevangenen is bevrijd, want daarmee konden ze aangeven dat ze voor hun vrijheid gevochten hebben;
  • de gedenkplaats voor de Roma en de Sinti. Op dat ogenblik was ik al tot op het bot verkleumd en begon ik me een beetje voor te stellen dat je je als gevangene in een pyjama-achtige outfit – zonder thermisch ondergoed, handschoenen, muts, sjaal, winterjas en bergschoenen – niet meer kan  concentreren. De ene been voor de andere zetten is dan – zeker gezien het glooiende landschap en het feit dat de appélplaats altijd bergopwaarts is – al een hele opgave, laat staan je verzetten tegen bevelen of ontsnappingspogingen plannen. 
Door de mist gaan we op weg naar een barak, die oorspronkelijk in Buchenwald heeft gestaan en onlangs is teruggegeven door een bedrijf. Het is veel werk geweest om het weer helemaal in elkaar te zetten. Het is onduidelijk waarvoor de barak is gebruikt en het is ook nog onduidelijk hoe ze het willen gaan gebruiken. Op dit moment is het een opslagplaats en liggen er voorwerpen die ze in het kamp hebben gevonden. Daarna gaan we naar het kleine kamp, in 1942 opgericht als quarantainekamp en in 1944/45 gebruikt als sterf- en ziekenkamp voor de m.n. Joodse gevangenen uit de geëvacueerde kampen in het oosten. Op die plek is een foto te zien, die velen van ons al kenden en door Wim omschreven wordt als ‘beroemde foto, een beeld, of misschien wel een icoon van de nazi terreur, de foto van de gevangenen in een barak in Buchenwald.’ Eén van die gevangenen is Herman Leefsma, wiens behandeling door en in Nederland na WOII schandalig was en helaas niet op zichzelf stond.In de voormalige desinfectieruimte, waar pas aangekomen gevangenen moesten worden gecontroleerd, gedesinfecteerd en omgekleed, waren de enige gaskamers van het kamp te vinden om de kleding van de gevangenen te kunnen desinfecteren. Op dit moment worden er indrukwekkende kunstwerken tentoongesteld, bijvoorbeeld tekeningen van Henri Pieck (ja, de broer van). Door o.a. in opdracht van de SS te tekenen, heeft hij het overleefd. De grote tentoonstelling in het voormalige pakhuis van het kamp, heeft de titel Geweld. Ondanks dat ik het een leerzame, afwisselende en tastbare tentoonstelling vond, vind ik de titel niet de lading dekken. Bij een dergelijke titel, had ik verwacht dat de kant van de daders (meer) zou worden belicht. Blijkbaar is dat – net als het tentoonstellen van wapens – nog steeds lastig, maar dan zou ik een andere titel bedenken…Op weg naar het crematorium bleek de mist al aardig te zijn opgetrokken, maar het bleef koud en grauw. Het crematorium maakte veel verschillende gedachten bij mij los. Zo vond ik het op een bepaalde manier een mooie plek, omdat er op een respectvolle manier werd omgegaan met de ruimte: de gedenkplaatjes voor de individuele slachtoffers (voor de nabestaanden is dit de plek die het dichtst bij een begraafplaats komt, hoe bizar dat ook klinkt) en de bloemen/gedenkplekken tussen de ovens. Aan de andere kant vond ik het misselijkmakend hoe efficiënt en industrieel de Nazi’s het crematieproces hadden ingericht. De ovens konden altijd blijven branden doordat ze een karretje gebruikten waarmee ze een lichaam de oven in kregen zonder de vingers te branden, waarna het karretje over een rails naar de volgende oven gereden kon worden. De vlammen kwamen blijkbaar van de zijkant en de as viel in een groot reservoir onder de ovens. Dit klinkt zoals gezegd heel efficiënt als je bijvoorbeeld kippen met vogelpest moet ruimen en vernietigen, maar het feit dat dit met mensen gebeurde blijft moeilijk te bevatten… Op de binnenplaats schotelde Daniel ons nog een aantal dilemma’s voor m.b.t. het wel of niet vertellen van de (gehele) waarheid aan familieleden van slachtoffers. Ik vind het heel lastig om voor een ander te bepalen of hij/zij bepaalde informatie beter wel of niet kan horen. Is dat wel aan mij om te bepalen? Ik ben nu eenmaal opgevoed met ‘eerlijkheid duurt het langst’. Een ander voorbeeld van een misselijkmakend Nazi-proces, is het principe van de Paardenstal. Wat voor een zieke geest moet je hebben om dat te bedenken?! Ze hebben in ieder geval weer gebruik gemaakt van het creëren van afstand tussen het slachtoffer en degene die de trekker overhaalt. Het (Russische) slachtoffer wordt immers in de waan gehouden dat hij een medische controle krijgt. Daartoe komt hij eerst in een kleedruimte, om vervolgens onder luid kabaal van marsmuziek te worden ontvangen door een man met een witte doktersjas in een medische onderzoeksruimte, compleet met bureautje, stoel, oogmeetkaart, weegschaal, vitrinekast, kapstok en personenmeetlat. Als hij tegen die personenmeetlat moet gaan staan, zal hij wellicht even denken dat een rood raster als vloer vreemd is. Voordat hij daar echter op zou kunnen reageren, is hij al van achteren neergeschoten door een schutter in de ruimte achter de meetlat… Alsof de ochtend nog niet misselijkmakend genoeg was, kregen we na de lunch en de uitleg van de groepsopdracht een berucht deel van de collectie te zien: een gekrompen hoofd van menselijk weefsel en stukken getatoeëerde mensenhuid. Ze waren speciaal voor ons uit het archief gehaald, want het maakt geen onderdeel (meer) uit van de collectie die zichtbaar is voor het publiek en dat snap ik nu ook! Vooraf had ik de foto’s wel gezien (op een tafel met een lampenkap die gemaakt zou zijn van mensenhuid) en vroeg me af waarom het niet opgenomen is in de collectie. Door het in het echt te zien en het bijna te kunnen aanraken in combinatie met de wetenschap dat het gemaakt is van mensenhuid, krijgt het toch een extra dimensie en wordt het Dark Tourism. Wat het misschien nog wel erger maakte was dat ik van Daniel begreep dat het gekrompen hoofd was gemaakt van menselijk weefsel van verschillende personen en dat dergelijke hoofden werden weggegeven als SS-cadeau. Wie wil dat geven of krijgen? Al met al heeft het ertoe geleid dat ik de foto’s die ik er na enige terughoudendheid van had gemaakt aan het einde van de middag heb verwijderd, omdat ik ze niet op mijn camera wilde hebben. Waarom zou ik ze willen bewaren en aan wie wilde ik die laten zien?!Gelukkig gingen we daarna aan de slag met een relatief lichte groepsopdracht (zie aparte paragraaf). Terwijl we voor die opdracht over het terrein lopen, blijft het koud, maar de lucht is blauw en we kunnen beter inschatten wat de afstanden zijn tussen de verschillende gebouwen. Er blijkt in de verte een andere berg/heuvel te liggen! Het kamp laat steeds meer van zijn geheimen aan ons zien….
 
Op de derde dag is de lucht strak blauw en schijnt de zon. Op de tegenoverliggende berg blijken zelfs windmolens te staan… We lopen door de poort over het kampterrein dat na WOII vijf jaar dienst heeft gedaan als interneringskamp onder USSR/DDR-regime. De Duitse bewakers werden de gevangenen en de USSR/DDR werden de bewakers. Het crematorium en de fabriek werden niet meer gebruikt, maar verder veranderde er niet veel… De mensen die in deze periode overlijden worden in massagraven begraven in het bos. Pas na 1990 werd dit een begraafplaats (in de DDR werd dit kamp niet herdacht), waarbij de grafzuilen de massagraven aangeven. Persoonlijk vind ik dat een erg respectvolle en indrukwekkende manier. Er is ook een individuele rouwplek uit 1990. Dat ziet er wat rommelig uit, maar net zoals dat de nabestaanden van de slachtoffers van het kamp in WOII in het crematorium persoonlijke herdenkingstekens wilden/mochten plaatsen, wilden deze nabestaanden dat ook. De opschriften op deze herdenkingstekens moesten wel worden goedgekeurd voordat ze werden geplaatst. Aansluitend bezoeken we de tentoonstelling over het Sovjet-Russische speciaal kamp nr. 2, die mij verdieping brengt t.o.v. de presentatie die we erover moesten voorbereiden. Vervolgens lopen we naar het DDR monument aan de andere kant van de Ettersberg. Allereerst lopen we via een pad naar beneden langs reliëfs met het leven in het kamp. Daarop worden de SS-ers (natuurlijk) niet positief afgeschilderd en wordt de ‘bevrijding’ van het kamp door de Russische gevangen opgehemeld. Er zijn geen USA-bevrijders te zien en het verzet is prominent aanwezig. Een mooi staaltje DDR-propaganda dus. Zo wordt maar weer duidelijk dat je je altijd moet afvragen wie een boodschap heeft opgesteld en met welk doel. Onderaan het pad ligt één van de drie massagraven/natuurlijke aardekommen met doden begraven in maart/april 1945. Door de straat der naties worden de drie massagraven met elkaar verbonden. Ondanks dat Daniel aangeeft dat de architectuur van het DDR monument een link heeft met de Romeinse tijd, zie ik ook duidelijk de Sovjet invloed. Het doet me denken aan de bouwwerken in St. Petersburg en Moskou. Ik miste alleen nog een standbeeld met één à twee personen met gebalde vuist of vlag. Gelukkig werd ik op mijn wenken bediend met een beeld met maar liefst 11 personen aan de voet van een klokkentoren. Onderin de klokkentoren liggen onder een bronzen plaat aarde en as uit andere concentratiekampen. Tot slot mochten we de toren beklimmen en konden we door het mooie weer erg ver kijken. Het was geweldig om te zien. Door het gedurende de dagen langzaam wegtrekken van de mist, kregen we steeds meer te zien. Als we alles in één keer te zien hadden gekregen, was het wellicht minder magisch en te overweldigend geweest om in één keer op te nemen…

Annemiek Schramade




[1] Op een andere dag, waarop de mist al grotendeels is opgetrokken, blijkt dat de rails sowieso niet ver doorloopt.